Medezeggenschap en uitsluiting

Medezeggenschap is modewoord. De regeringen onder Balkenende proberen zoveel mogelijk allerlei vormen van medezeggenschap per wet te regelen. In de Wet werk en bijstand (artikel 47), de Wet maatschappelijke ondersteuning (artikel 11) en de Wet investeren in jongeren (artikel 12 lid 1 d en lid 2) staan bijvoorbeeld bepalingen die gericht zijn tot colleges van burgemeester en wethouders en/of gemeenteraden met als doel medezeggenschap per gemeentelijke verordening te regelen. Ook bij het vaststellen van bestemmingsplannen is het gemeentebestuur verplicht belanghebbenden in een vroeg stadium bij het besluitvormingsproces te betrekken.

We moeten er van uit gaan dat het niet de bedoeling van de regeringen Balkenende was en is dat mensen zodanig van hun recht op medezeggenschap gebruik maken dat het regeringsbeleid ondermijnd wordt. De praktijk wijst ook uit dat de animo onder de direct betrokkenen maar zeer gering is. De Wmo-raad en medezeggenschapsraad van de IGSD kunnen maar nauwelijks mensen vinden die zitting in deze raden willen nemen.

Colleges en gemeenteraden lopen over het algemeen ook niet warm voor dit onderwerp. Zo heeft de VCP in Scheemda wel eens een advies van de Wmo-raad opgevraagd. Op zich is het al verwonderlijk dat een gemeenteraad, die zich door een Wmo-raad moet laten informeren, zo'n advies niet krijgt toegezonden. Maar het wordt nog doller als blijkt dat het advies ergens op het gemeentehuis is zoekgeraakt. Het maakt duidelijk dat de regenten zo'n Wmo-raad helemaal niet serieus nemen.

Het is de VCP gelukt in de verordening die de medezeggenschap bij de IGSD moet regelen enkele voor uitkeringsgerechtigden zeer nadelige bepalingen te wijzigen. Zo zou in het oorspronkelijke concept plaatsnemen in die medezeggenschapsraad nadelig zijn voor de hoogte van de uitkering. De andere partijen hadden dat niet eens door. Dankzij de VCP behouden cliënten van de IGSD die in het cliëntenpanel zitting nemen nu hun volledige recht op een uitkering.

Inspraakreacties bij de vaststelling van bestemmingsplannen bereiken de gemeenteraad meestal niet eens. Het college van B&W laat vaak een samenvatting maken en stuurt die dan naar de raad. Bij raadpleging van de oorspronkelijke inspraakreacties blijkt er dan vaak iets geheel anders in te staan.

Ondanks al deze negatieve aspecten is het echter heel goed mogelijk druk op gemeenteraden en colleges uit te oefenen middels de vormen van medezeggenschap zoals die bij wet geregeld zijn. De VCP steunt die medezeggenschap dan ook voluit en zal net als in het verleden er op blijven hameren dat kritiek, op- en aanmerkingen en adviezen van direct betrokkenen in de besluitvorming hun plaats krijgen.

Medezeggenschap staat zo enorm in de belangstelling omdat de samenleving in staat van ontbinding verkeert. In een hopeloze poging het tij te keren, wil men de mensen doordringen met een wij-gevoel. Alles wordt daarvoor uit de kast gehaald. De geschiedenislessen die de mensen tegenwoordig via de televisie en boeken krijgen opgedrongen, komen niet voort uit de behoefte aan kennis, kennis die nodig is om in het hier en nu plaats te kunnen bepalen, maar zijn bedoeld om op grond van schimmig nationalisme saamhorigheid te creëren. Dat nationalisme per definitie mensen uitsluit, spanningen veroorzaakt en zelfs tot oorlog of burgeroorlog kan leiden, heeft men helaas niet uit de geschiedenis geleerd.

Het woord "samen" wordt door de politiek te pas en te onpas gebruikt. Zie bijvoorbeeld de titel van het verkiezingsprogramma van de PvdA. "Meedoen" is ook zo'n woord dat in het rijtje past. Dat de Wet investeren in jongeren wordt afgekort met "Wij" is bepaald geen toeval.

De Wet investeren in jongeren heeft echter alleen maar ten doel jongeren klaar te stomen om winsten voor de eigenaren van de productiemiddelen te genereren. Het gaat in de verste verte niet om de jongeren zelf. Er is geen sprake van "wij", als het om gewone jongeren en kapitalisten gaat. De term "meedoen" wordt niet gebruikt in uitnodigende zin. Als regenten het over "meedoen" hebben, betekent dat niks anders dan dwang die wordt uitgeoefend om de mensen te conformeren aan de bestaande kapitalistische verhoudingen.

Ook in praktische zin spannen de regenten het paard achter de wagen. Het wordt jong en oud zò moeilijk gemaakt om aan een uitkering te komen, dat steeds meer mensen het wel geloven. Bij werkloosheid melden ze zich niet eens meer voor een uitkering. Ze houden het hoofd boven water met prostitutie, kleine criminaliteit en ongeregistreerde handel. Uiteraard zijn ze onverzekerd voor ziektekosten en wettelijke aansprakelijkheid. Hoe groot is die groep? Het adviesbureau van de VCP krijgt herhaaldelijk te maken met mensen die zich zonder uitkering weten te redden. Maar we hebben uiteraard geen betrouwbaar beeld over aantallen en ontwikkelingen in die aantallen. Talloze malen hebben we er bij het college van Scheemda op aangedrongen het probleem in beeld in brengen. Maar bij de regenten ontbreekt de belangstelling. Als er minder uitkeringsgerechtigden zijn, ziet men dat als positief. Waar die uitkeringsgerechtigden blijven, zal hun een zorg zijn.

Ondanks alle nadruk op medezeggenschap, "samen", "meedoen", gezamenlijk gevoelde nationale identiteit, worden er steeds meer mensen uitgesloten. De verdergaande ontbinding van de samenleving, die een gevolg is van de voor het kapitalisme kenmerkende gerichtheid op directe behoeftebevrediging van het individu, wordt niet gestopt. Integendeel!

De VCP zal zich bij het vaststellen van gemeentelijke verordeningen tegen bepalingen keren die uitsluiting bevorderen. Maatschappelijke uitsluiting is niet in het belang van degenen die worden uitgesloten en niet in het belang van de samenleving.

Werkgelegenheid