|
De cultuur in de gemeenteraden De regionale media geven vaak een fout beeld van de VCP in de gemeentepolitiek. Helaas is het zo dat de huidige journalisten slecht geschoold zijn. Kennis van staats- en bestuursrecht, die toch noodzakelijk is voor een goede verslaggeving van de gemeentepolitiek, ontbreekt ten ene male. Men ziet vaak niet het belang van politieke kwesties en komt niet toe aan analyse. Aan allerlei futiliteiten wordt dan wel weer veel aandacht besteed. Er wordt verder een sterke nadruk gelegd op sensatie. (Dit verwijt treft niet alleen de journalistiek. Over het algemeen kan gesteld worden dat veel mensen geen eer meer hebben in hun werk. Vakbekwaamheid lijkt wel een vies woord te zijn. Het begint al met de bekende zesjescultuur op de scholen en eindigt in slechte rechtspraak en bestuur, onnodige medische fouten, instortende nieuwbouw, haperende accountantscontroles, et cetera.) Op zich is de VCP niet vies van een relletje. Maar het moet wel ergens over gaan. De VCP keert zich sterk tegen de zogenaamde incidentenpolitiek die vandaag de dag in de mode is. Een politicus leest iets in de krant of ziet iets op tv, en de volgende dag reeds worden er opgewonden vragen gesteld en ondoordachte standpunten verkondigd. Als voorbeeld kunnen we het gedrag van de PvdA Tweede Kamerlid Spekman noemen. Naar aanleiding van onaangepast gedrag van enkele Marokkaanse jongeren stelde hij voor deze jongeren voor straf te gaan vernederen. Dat er in Oldambt, waar bijna geen Marokkanen wonen, ook wel jongeren zijn die onaanvaardbare streken uithalen, doet blijkbaar niet ter zake. Spekman discrimineert zonder meer naar etnische afkomst. Het is hem blijkbaar ook niet bekend dat vernederen als straf door een aantal mensenrechtenverdragen waar Nederland zich aan gebonden heeft nadrukkelijk verboden is. Het is hem er om te doen dat hij de krant haalt. Dat hij stoere taal uitslaat en daarmee stemmen trekt. De VCP vindt dit gedrag verwerpelijk. Het is een voorbeeld van hoe fascistische ideeën in een gevestigde burgerlijke politieke partij voet aan de grond krijgen. De politieke cultuur in de drie gemeenten die straks Oldambt gaan vormen, vertoont enkele kenmerken. Als eerste willen we de slaafse volgzaamheid noemen die de meeste raadsleden ten aanzien van het college van burgemeester en wethouders aannemen. Als het college iets zegt, zal het wel zo zijn. Als de raad een probleem op zijn bord krijgt, willen ze eerst weten wat het college er van denkt. Het hoeft dan ook geen verwondering te wekken dat ieder voorstel van het college om raadsbevoegdheden te delegeren op instemming van deze raadsleden kan rekenen. Wanneer het later bij het uitoefenen van die bevoegdheden mis gaat, beperkt men zich tot geklaag en gejammer. Het college in duidelijke en als het nodig is harde bewoordingen zeggen waar het op staat, is er niet bij. Van de kaderstellende en controlerende taken van de gemeenteraad komt op deze wijze niets terecht. Het primaat ligt in de gemeente bij het college van burgemeester en wethouders. Terwijl volgens geldend staatsrecht de gemeenteraad de dienst zou moeten uitmaken.
De VCP kenmerkt zich door dwars tegen het college in te gaan als dat nodig is. Partijen als de PvdA en het CDA moeten daar niets van hebben. De VVD stelt zich weifelend op. Enkele jaren geleden had de VCP geen enkele medestander in deze opstelling richting college. Dat is de laatste tijd echter veranderd. In de gemeente Scheemda kwam het steeds vaker tot overleg en gezamenlijk optreden van de gehele oppositie. Een cultuurdoorbraak die de VCP, zonder andere partijen die daar aan meegewerkt hebben te kort te doen, op zijn conto kan schrijven. In Oldambt zullen we op dezelfde voet doorgaan. Over het algemeen kan men slecht uit de voeten met kritiek op de uitvoering van taken. De VCP "speelt op de man of vrouw" en de VCP "beschadigt personen", wordt er dan op verwijtende toon gezegd. Kritiek op uitvoering van taken is echter steeds persoonlijk. In het bedrijfsleven is het de gewoonste zaak van de wereld om het werknemers te zeggen wanneer ze hun werk niet goed doen. Er worden dan zelfs snel consequenties aan verbonden. Meestal is die consequentie het geven van ontslag. Het is dan toch uiterst vreemd dat openbare bestuurders zich voor alle kritiek buitensluiten. Een slecht functionerende burgemeester blijft rustig een jaar of tien zitten en beurt al die tijd een vorstelijk salaris. Dat salaris wordt dan wel op gebracht door de belastingbetaler. De VCP stelt kritiek op het functioneren van openbare bestuurders in het openbaar aan de orde. Een ander cultuurkenmerk is het chronisch gebrek aan kennis en vaardigheden van veel gemeenteraadsleden. Zo is het vaststellen van gemeentelijke verordeningen een der belangrijkste taken van een gemeenteraad. Maar een PvdA-raadslid dat al jaren in de Scheemder raad zit, vraagt op een gegeven moment wie eigenlijk de gemeentelijke verordeningen vaststelt. Dat is zo iets als een metselaar die niet weet wat een troffel is. En als het om gebrek aan vaardigheden gaat kunnen we het CDA in Scheemda als voorbeeld nemen. De fractievoorzitter van die partij brengt herhaaldelijk met veel ophef iets in de raad naar voren zonder over de consequenties van zijn woorden te hebben nagedacht. Wanneer hij vervolgens door andere partijen met die consequenties wordt geconfronteerd, vooral de VVD is daar goed in, draait hij zich in de meest onmogelijke bochten in een poging zich eruit te redden. Daarmee maakt hij zijn positie nog onmogelijker. Het gevolg is dat iedereen hem regelrecht zit uit te lachen. De VCP stelt zich niet op het standpunt dat iedereen alles moet weten en kunnen, verre van dat. Maar een zekere basiskennis en vaardigheden zijn toch wel vereist. En voor meer specialistische onderwerpen wendt de VCP zich tot anderen om raad en steun. De VCP heeft daartoe in de loop der jaren een uitgebreid netwerk opgebouwd. Een met zichzelf ingenomen houding is ook kenmerkend voor de bestaande cultuur. Is iemand eenmaal als raadslid gekozen, dan gaat ieder contact met de realiteit verloren. De CDA-fractie in Scheemda maakte herhaaldelijk duidelijk dat zij de keuze van de kiezer opvat als een soort volmacht waarmee zij 4 jaar lang kan doen en laten waar zij zin in heeft. De mening van de kiezers doet dan niet meer ter zake. Over het algemeen kan worden gesteld dat partijen raadswerk slechts één keer per maand in de raadszaal laten plaatsvinden. Dat deel van het raadswerk is volgens de VCP echter maar het topje van de ijsberg. |
Het
grootste deel van het VCP-raadswerk gebeurt in contact met de mensen op
straat, in de bedrijven, op scholen, in het openbaar vervoer, bij verenigingen,
in de buurten et cetera.
Er wordt in een gemeente een stortvloed aan nota's, verslagen, rapporten, evaluaties, beleidsplannen, afstemmingsplannen, et cetera geproduceerd waar geen enkele invloed van uit gaat. Voor een gemeenteraadsfractie is het een kunst uit deze papierberg slechts die stukken te halen die er werkelijk toe doen. Overigens laten veel partijen dat papierwerk gewoon helemaal ongelezen. Zo is er sinds de invoering van het dualisme een rekenkamer actief. De rekenkamer is bedoeld om door onafhankelijke deskundigen onderzoek te laten doen naar het reilen en zeilen van de gemeentelijke organisatie. De rekenkamer van Scheemda onderzocht eens de positie van de gemeente ten opzichte van de verbonden partijen. Er kwam een lijvig rapport uit waarin stevige kritiek werd geleverd op zowel het college als de raad. De positie van de verbonden partijen is erg onduidelijk en het gevaar dat er grote en kostbare fouten worden gemaakt is reëel. Het college wees de kritiek onmiddellijk van de hand. De raad liet zich de wind uit de zeilen nemen door in meerderheid akkoord te gaan met het voorstel van het college om een nota verbonden partijen op te stellen. Toen die nota er na ettelijke maanden kwam, bleek het een onnozel stuk te zijn waarin uitermate slordig een en ander stond verwoord dat in ieder boek over rechtspersonen beter wordt weergeven. Een deel van de informatie was zelfs regelrecht onjuist. Slechts de VCP kon zich niet in deze gang van zaken vinden. De rest van de raad vond het allemaal wel best. Met andere woorden: tegen hoge kosten wordt er een papierberg geproduceerd waar een groot deel van de raad geweldig trots op is maar waar niemand iets mee doet. De VCP heeft zich in Scheemda op het standpunt gesteld de poppenkast die rekenkamer heet geheel te negeren. Dat neemt niet weg dat een goed functionerende rekenkamer toch een bijdrage kan leveren. Zie maar eens de conclusies die de rekenkamer van Winschoten trok aangaande de financiële onderbouwing van het Cultuurhuis. De VCP zal zich in Oldambt dus gaan inzetten voor een positief gebruik van de rekenkamer. Tenslotte willen we als laatste cultuurkenmerk de laksheid noemen die de meeste raadsleden vertonen als het om de beoordeling van de kwaliteit van collegevoorstellen gaat. Concepten voor verordeningen, raadsvoorstellen en andere stukken die aan de raad worden overhandigd staan vaak vol taal- en typefouten. Dat getuigt van weinig respect van het college voor de gemeenteraad. Het is zelfs wel voorgekomen dat gepleit werd voor betere taalbeheersing bij kinderen in een nota over jeugdbeleid die wemelde van de taalfouten. Concepten van verordeningen staat vol juridische fouten. In Scheemda vertrouwt een aantal fracties er op dat dit soort fouten door de VCP verbeterd wordt. Maar ook al doet de VCP dat vaak, dat wil nog niet zeggen dat het een taak van een gemeenteraadsfractie is. Er zijn ook fracties, zoals PvdA en CDA, die het belang van een goed opgestelde verordening niet eens zien. Ze tonen zich geërgerd als de VCP de vinger op de zere plek legt. De VCP is sterk voorstander van een raadsgriffier die kwaliteit van de door het college aangevoerde stukken bewaakt. De VCP staat daarin niet alleen. Maar liefst 85% van de onlangs geïnterviewde raadsleden in geheel het land toonde zich voorstander van deze oplossing. Het gevolg van een slechte verordening is dat inwoners van de gemeente benadeeld worden. Als mensen er van op de hoogte zijn, kunnen ze een bezwaarschriftprocedure starten waarin ze weliswaar gelijk krijgen, maar dan toch vaak lang op een voor hen gunstig besluit moeten wachten. De onafhankelijke adviescommissie voor bezwaar adviseert dan meestal aan de gemeente om de verordening bij te stellen. Dat kost allemaal veel belastinggeld. Geld dat beter besteed zou kunnen worden. Het probleem speelt in alle drie de gemeenten en zal, gezien de geringe belangstelling ervoor door de huidige gemeenteraden, zich ongetwijfeld ook in Oldambt gaan voordoen. Enige tijd na de invoering van het dualisme heeft de VCP de nota 'Democratie en dualisme" aan de toenmalige raad van de gemeente Scheemda aangeboden. In deze nota gaf de VCP aan geen enkele behoefte aan dualisme te hebben. Er werd de verwachting uitgesproken dat de gemeentepolitiek procedureel gezien ingewikkelder zou worden en dat er inhoudelijk niets zou veranderen. Die verwachtingen zijn uitgekomen. Zo dreigde het nieuwe ingestelde orgaan "raadspresidium" een raad in de raad te worden. De VCP heeft zich daar met succes tegen verzet, eerst buiten dat presidium, later om praktische redenen binnen het presidium. Over de rekenkamer, ook een onderdeel van de dualisering, is hiervoor al het nodige opgemerkt. Rest ons aandacht te besteden aan de functie van raadsgriffier. Deze functie is ingesteld om de raad ondersteuning te bieden. De raadsgriffier van Scheemda is echter al onmiddellijk aan het college toegevoegd. Dat had niet veel effect. Feitelijk is de inbreng van de raadsgriffier in Scheemda door de jaren heen zo minimaal geweest, dat niemand er last van had. Toch is de VCP wel gaan inzien dat een raadsgriffier, mits deze zijn/haar functie goed uitoefent, van groot en positief belang kan zijn. Vandaar dat in de aanloop naar de herindeling door de VCP alles uit de kast is gehaald om gedaan te krijgen dat Oldambt een goede raadsgriffier krijgt. Helaas waren de andere partijen daar niet voor te vinden. Als zij hun zin krijgen zit er straks een raadsgriffier die, net als dat in Scheemda het geval is geweest, onderdeel is van het college van B&W. De VCP zal het daar niet bij laten zitten. Indien de raadsgriffier aan de "verkeerde" kant van de streep belandt en de VCP in de oppositie, zal de VCP het volledige college van B&W&R (burgemeester, wethouders en raadsgriffier) als politiek tegenstander zien en behandelen. Tijdens het herindelingproces heeft de VCP zich sterk ingespannen de hiervoor genoemde negatieve cultuurelementen voor de nieuwe raad van Oldambt uit te bannen. Dat heeft helaas weinig succes gehad. Het was weerstand alom. Toen duidelijk werd dat de VCP zijn steentje wilde bijdragen aan een werkgroep die zich zou buigen over een vergaderstructuur voor de nieuwe raad, werd de vertegenwoordiger van de VCP na eindeloos juridisch gechicaneer uit deze werkgroep gezet. Vooral PvdA en CDA blonken als typische regentenpartijen uit in deze acties. Maar wonderlijk genoeg vonden ze de GroenLinkser Kötz in deze aan hun zijde. Het mag duidelijk zijn dat raadwerk van goede kwaliteit om raadsleden vraagt die tot meer in staat zijn alleen maar loze kreten slaken. Het is net deze categorie raadsleden die zich bedreigt voelt en zich het felst tegen de VCP verzet. De VCP zal in Oldambt op de oude vertrouwde voet doorgaan. We willen de negatieve cultuurkenmerken zoals die hiervoor zijn opgesomd veranderen. De regentenpartijen zullen dat wel niet op prijs stellen, maar dat is voor de VCP niet van belang. Communisten worden niet actief in het gemeenteraadswerk om goede maatjes te worden met regenten. |