Bevolkingskrimp

Demograven gingen er in de vijftiger jaren van de vorige eeuw van uit dat Nederland rond het jaar 2000 zo'n 20 miljoen inwoners zou hebben. Die verwachting is, ondanks de door velen als massaal ervaren immigratie, niet uitgekomen. In enkele delen van het land is de bevolkingsgroei de laatste jaren niet alleen tot stilstand gekomen, er treedt zelfs krimp op. Oldambt behoort zonder meer tot een van die krimpgebieden.

Bevolkingskrimp is geen populair thema voor politici, zeker niet voor politici die kapitalistische waarden aanhangen of daarmee geïndoctrineerd zijn. Kapitalisme staat immers voor de constante drang naar groter, duurder, sneller et cetera. Lokale politici zien hun gemeente dan ook het liefst groeien. Hoe meer inwoners hoe beter. Dat geeft status, dat brengt geld in het laatje.

Over het algemeen sluit men op alle bestuursniveaus de ogen voor het onderwerp bevolkingskrimp. In de twee eerste begrotingen van het ministerie Wonen, Wijken en Integratie, dat door de PvdA bezet wordt, stond één à anderhalve regel over krimp. De toenmalige voorzitter Van Leeuwen van Aedes, de vereniging van woningbouwcorporaties, zei: "Het lokaal bestuur is nog steeds gefixeerd op groei". De Raad van het Openbaar Bestuur schreef dat ontkenning de eerste reactie van bestuurders is als bevolkingskrimp ter sprake komt. In een tweede reactie tracht men dan de krimp te voorkomen of te stoppen, terwijl deskundigen toch overduidelijk kunnen aantonen dat stuurbaarheid ten aanzien van het probleem bevolkingskrimp minimaal is.

In de drie gemeenten die straks Oldambt gaan vormen is door de gemeenteraden, met tegenstem van de VCP, een woonplan aangenomen waarin het woord bevolkingskrimp hier en daar voorkomt. Dat is dan al een klein stapje vooruit. Niettemin worden er plannen ontwikkeld die volgens de voorstanders van het woonplan "ongeacht een onverwachte ontwikkeling van de woningmarkt" gerealiseerd dienen te worden. Met andere woorden, de huidige regenten blijven het hoofd in het zand steken. Dat blijkt ook al uit het gegeven dat in het woonplan er van uit wordt gegaan dat de gemeente een zware en beslissende stem heeft in de ontwikkelingen aangaande wonen. Zo wordt er gesteld dat "de gemeente de spin in het web (is) en uiteindelijk de knoop door(hakt)". Dat is niet alleen strijdig met de hiervoor al aangehaalde bewijzen van deskundigen, maar ook met het gegeven dat gemeenten als partij ten opzichte van projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties gezien invloed, financiële middelen, deskundigheid et cetera doorgaans in het stof bijten.

Om het probleem nog groter te maken heet het elders in het woonplan dan weer dat de markt toch het laatste woord heeft. Het geeft de kenmerkende verwarring weer die de in kapitalistische termen denkende mens beheerst als het om de vrije markt gaat. Enerzijds ziet men die onverbiddelijke vrije markt die vanuit het niets het gehele economische leven en dus ook de mensen dicteert. Anderzijds heeft men er alle vertrouwen in dat die markt toch nog wel te sturen valt. Marx, Engels en Lenin vegen het gehele idee van een vrije markt echter van tafel. Er is geen vrije markt! De economische verhoudingen worden bepaald door de mensen zelf, waarbij de eigenaren van de productiemiddelen bij het organiseren van die economische verhoudingen uiteraard een veel grotere invloed hebben dan de massa der gewone mensen. Vandaar dat productiemiddelen volgens communisten dan ook collectief eigendom dienen te zijn.

Maar we leven nu eenmaal in een kapitalistische staat en het is volslagen onzinnig plannen te maken met betrekking tot wonen in Oldambt als deze realiteit niet onder ogen wordt gezien. In Nederland wordt het woningaanbod vooral bepaald door de banken die onvoorstelbare bedragen hebben uitgeleend aan huiseigenaren. De regering loopt aan de leiband van deze banken. Verder zijn de projectontwikkelaars grote spelers op de woningmarkt. Woningbouwcorporaties hebben ook een dikke vinger in de pap, waarbij we moeten opmerken dat het verschil tussen woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars aan het vervagen is. Tegen die achtergrond is het ondenkbaar dat op gemeentelijk niveau knopen kunnen worden doorgehakt. Het is eerder een kwestie van tegen de stroom in zoeken naar oplossingen die met gemeentelijke middelen ondanks de invloed van de "grote jongens" mogelijk zijn. En die oplossingen zijn er! (Zie hierna.)

Een woonplan dat van de hiervoor geschetste kapitalistische verwarring uitgaat, is voor de VCP niet aanvaardbaar.

Verder ligt er een relatie tussen de komende bevolkingskrimp en de herindeling. Dat wordt impliciet in het woonplan Oldambt aan de orde gesteld. De herindeling maakt het mogelijk een tweedeling te maken die onder één gemeentelijk bestuur valt. De tweedeling bestaat uit de stad Winschoten en het dorp Scheemda enerzijds en de rest van de kleine dorpen in het Oldambt anderzijds.

Wat heeft men volgens het woonplan Oldambt voor met Winschoten en Scheemda?

Tegen alle gezond verstand in blijft men uitgaan van bevolkingsgroei in Winschoten en Scheemda. Hier treedt dus de eerder geschetste ontkenning op, ook al is in Winschoten de krimp al in volle gang. Men wil het huizen bouwen in beide plaatsen op alle mogelijke manieren bevorderen.

De raad van Scheemda heeft enkele maanden geleden, met de tegenstem van onder andere de VCP, een volslagen absurd plan aangenomen om een kolossale woontoren in het centrum te bouwen. Niemand van de voorstanders kon aantonen dat er vraag is naar wonen in een woontoren, maar het karakter van het dorp wordt er wel voorgoed mee vernield. In Winschoten speelt dan nog mee dat via woningbouwplannen het megalomane cultuurhuis mede gefinancierd moet worden.

En wat krijgen de kleine dorpen?

Zodra de nieuwe gemeente op de rails staat, volgt het volgende grote project in het kader van het woonplan Oldambt namelijk: de letterlijke afbraak van de kleine dorpen als reactie op de bevolkingskrimp. Enige tijd geleden is er al geoefend met Ganzedijk. Men heeft het plan om Ganzedijk af te breken plompverloren gelanceerd. Met de grootste belangstelling heeft men de reacties van uit de bevolking bestudeerd. Er worden nu scenario's uitgewerkt waarmee eventueel verzet straks op elegante wijze de kop kan worden ingedrukt. Dat de affaire Ganzedijk een PvdA-wethouder de kop zou hebben gekost is natuurlijk lariekoek. De man heeft het in de ratrace naar functies in de nieuwe gemeente gewoon afgelegd tegen enkele van zijn partijgenoten.

In de gemeente Scheemda zijn de afgelopen jaren zogenaamde dorpsontwikkelingsplannen aangenomen, uiteraard met tegenstem van de VCP, waarin de mogelijkheid van nieuwbouw in andere dorpen dan Scheemda categorisch wordt uitgesloten.

Het een, de hoop op groei van Winschoten en Scheemda, gaat niet zonder het ander, afbraak van de kleine dorpen. Om de mogelijkheid van bevolkingsgroei in Winschoten en Scheemda te creëren, zal men de mensen uit de kleine dorpen willen deporteren.

Het mag echter duidelijk zijn dat de totale bevolkingskrimp daarmee geen halt wordt toegeroepen. De mensen worden slechts gedwongen zich op een kleiner territoir te huisvesten, althans als het plan lukt. Maar dat is niet gezegd. Het is maar de vraag of mensen die straks door de gemeente Oldambt uit hun eigen dorp worden weg getreiterd, bereid zijn zich elders in die gemeente te vestigen. Het sinistere plan van de regenten zou wel eens geheel averechts kunnen uitpakken. Dan is het Oldambt nog verder van huis.

De VCP keert zich radicaal tegen de afbraak van kleine dorpen en de deportatie van de dorpsbewoners naar Winschoten en Scheemda. Het woonplan Oldambt en de dorpsontwikkelingsplannen moeten van tafel.

Hoe moet het dan wel?

Op de allereerste plaats zal bevolkingskrimp als een vaststaand gegeven geaccepteerd moeten worden. Het heeft geen zin zich er tegen te verzetten. We moeten er ook niet van uit gaan dat bevolkingskrimp alleen maar negatief is. Er zijn eerder te veel dan te weinig mensen op deze wereld. Nederland behoort zonder meer tot de dichtstbevolkte landen. Oost-Groningen, dat de laatste decennia toch ook veel drukker is geworden, zou weer een oase van rust in dit land kunnen worden.

Grotere en kleinere dorpen dienen dan wel leefbaar te blijven. Dat wil concreet zeggen dat de voorzieningen uitgebreid dienen te worden. Nieuw-Scheemda kan als voorbeeld gelden. Daar is, voor een belangrijk deel tegen de wens van de regenten in, een multifunctioneel centrum neergezet waar het hele dorp trots op kan zijn. Ambtenaren verklaren nu hoofdschuddend dat het van de zotte is dat zo'n klein dorp zo'n riante voorziening heeft. Maar de VCP vindt dat ieder dorp daar recht op heeft.

Ganzedijk is een ander voorbeeld. Een opvallende overeenkomst is dat de positieve ontwikkelingen niet van de kant van de regenten komen. Ze zijn afgedwongen door de bevolking zelf, met steun van hier en daar een politieke groepering.

Onder voorzieningen rekenen we met nadruk ook het openbaar vervoer.

De VCP zal ook buiten de gemeenteraad initiatieven van uit de bevolking op dit vlak ondersteunen.

Hier en daar wordt wel gesuggereerd dat bevolkingskrimp een extra mogelijkheid creëert om te bezuinigen. Het mag echter duidelijk zijn dat het uitbreiden van voorzieningen geld kost. Dat geld zal dan tevens eerlijk verdeeld moeten worden over stad en dorpen.

De VCP neemt als uitgangspunt: "Krimp kost geld". Een land waar zogenaamde topbestuurders salarissen en bonussen ontvangen van tientallen miljoenen per jaar heeft geld genoeg.

De VCP zal aansluiting zoeken bij plaatsen en gebieden waar zich dezelfde ontwikkelingen voordoen. Samen staan we sterker. De Vereniging Vrienden van Ganzedijk verdient een ruime gemeentelijke subsidiering.

Op de langere termijn zal er misschien voor andere oplossingen gekozen moeten worden. Maar demografische ontwikkelingen zijn voor de langere termijn moeilijk te voorspellen. De huidige krimp werd ook niet voorzien.

Jong en oud