|
Beantwoording raadsvraag portefeuille Brader
In de oorspronkelijke versie van de verordening was aangegeven dat het niet ondertekenen of het niet aan het bestuur verstrekken van de trajectovereenkomst cq. trajectplan welke in het kader van de verlening van een uitkering is opgesteld, aangemerkt wordt als een gedra-ging waardoor de verplichting op grond van artikel 37 van de Ioaw en Ioaz niet voldoende is nagekomen en aldus grond geeft voor het opleggen van een maatregel. Het opleggen van een maatregel bij het niet ondertekenen van een trajectplan zou in strijd zijn met de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek, aldus de VCP-fractie ("een overeenkomst wordt door beide partijen uit vrije wil getekend"). Nadere bestudering hiervan heeft vervol-gens geleerd dat deze bepaling juridisch niet in stand kon blijven. Dat gaf dan ook aanleiding om de betreffende bepaling te schrappen uit de aangeboden Maatregelverordening. Om in voorkomende situaties toch passend op te kunnen treden is aangegeven dat het niet willen ondertekenen van een trajectplan gekwalificeerd kan worden als het niet voldoende mee werken aan een ingezet re-integratietraject en dat kan vervolgens een reden zijn voor het opleggen van een maatregel en wel op grond van artikel 9, sub 3 van de Verordening. De VCP-fractie is cq. blijft van mening dat - via deze omweg - de klant toch wordt gestraft voor het niet ondertekenen van het trajectplan.
In het algemeen kan gesteld worden dat de uitvoering (inclusief de opbouw van de wet) van de hierbij bedoelde sociale zekerheid wetten gekenmerkt wordt door het verbinden van voorwaarden en/of verplichtingen aan het (blijven) ontvangen van een uitkering. Naast de verplichting tot het verstrekken van alle informatie die van belang is voor de verlening en voortzetting van de uitkering, hebben de verplichtingen met name betrekking op het mee-werken (naar vermogen) aan de eigen re-integratie. In de verschillende wetten zijn daartoe specifieke bepalingen opgenomen (zie o.a. artikel 9 Wwb, artikel 45 WIJ, artikel 37 Ioaw en artikel 37 Ioaz). In die verschillende wetten wordt vervolgens aangegeven dat bij het niet nakomen van deze verplichtingen, het college de uitkering verlaagt overeenkomstig de gemeentelijke Maatregel verordeningen (zie o.a. artikel 18 Wwb, artikel 41 WIJ, artikel, artikel 20 Ioaw en artikel 20 Ioaz). In kader
van de re-integratie activiteiten worden met klanten afspraken gemaakt
die tot (bij voorkeur) uitstroom moeten leiden (= dusdanige plaatsing
op de reguliere arbeidsmarkt dat voorzien kan worden in de eigen kosten
van levensonderhoud). Zoals hiervoor
al is aangegeven is het ondertekenen van een trajectovereenkomst of -plan
niet afdwingbaar. Indien de klant aangeeft niet te willen ondertekenen
- wat op zich vreemd is omdat het gaat op gezamenlijk gemaakte afspraken
- kunnen zich een tweetal situaties voordoen, namelijk: Indien de opvatting van de VCP-fractie gevolgd zou worden, zal dat betekenen dat het sys-teem van de uitvoering van de sociale zekerheid onderuit gehaald zou worden en dat kan niet de bedoeling zijn. Kortom, de privaatrechtelijke aangelegenheid van het wel of niet on-dertekenen van een overeenkomst, heeft geen invloed op de publiekrechtelijke uitvoering van de sociale zekerheid wetten (waaronder de Ioaw en Ioaz begrepen worden).
|
|
|
|