|
Armoede
|
|
Oldambt, 29-07-2011 - De afgelopen maanden is het onderwerp armoede herhaaldelijk in de gemeenteraadsvergaderingen aan de orde geweest. Het begon allemaal met een verzoek vanuit de raad om het armoedebeleid van de gemeente in kaart te brengen. De verantwoordelijk wethouder van de Salon Partij, de heer Brader, voldeed aan dat verzoek. Na lange tijd presenteerde hij een nota "Armoedebeleid". Die nota kwam hem op fikse kritiek te staan, vooral van GroenLinks en D66. GroenLinks stelde een groot aantal technische gebreken aan de orde. D66 koos een andere invalshoek. Armoedebeleid staat niet op zich. Het hangt samen met tal van andere beleidsterreinen. Dat moet inzichtelijk worden gemaakt. Aldus D66. Wie dacht dat wethouder Brader zijn nota zou gaan verdedigen, kwam bedrogen uit. Zijn reactie was heel laconiek. Als de raad deze nota slecht vindt, dan laat ik toch gewoon een nieuwe nota schrijven, zo bracht hij naar voren. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat de Salon Partij, die landelijk stevig aan de weg timmert met het onderwerp armoedebestrijding, het in de gemeente Oldambt zo verschrikkelijk laat afweten. Het had toch veel meer voor de hand gelegen dat wethouder Brader vanaf zijn eerste werkdag actief de armoedebestrijding ter hand had genomen? Maar hij deed maandenlang helemaal niks. Op verzoek van de raad komt er dan eindelijk een nietszeggende nota. Het ziet er naar uit dat we nu weer maanden moeten wachten op het volgende ambtelijk stuk. En ondertussen zit deze salonsocialist op het pluche met z'n duimen te draaien. Er gaat totaal niets van deze man uit. En de fractie van de Salon Partij is geen haar beter. Waar andere partijen zich inspannen, houden zij gewoon hun mond. De Salon Partij wil zo nodig besturen. Maar in Oldambt laat de Salon Partij maar één ding zien: bestuurlijke armoede! We moeten GroenLinks en D66 toegeven dat ze zich wel moeite geven. Bij GroenLinks past dan een kanttekening. De fractiemedewerker die zich zo inspande de technische gebreken en de voorstellen tot verbetering naar voren te brengen, heeft inmiddels zijn partijwerkzaamheden gestaakt. Het is maar de vraag hoe het nu verder gaat. Fractievoorzitter Kötz maakte zich jarengeleden in de regiegroep die zich met de herindeling bezighield enorm druk over het armoedebeleid zoals dat in de gemeente Winschoten dankzij GroenLinks en vooral dankzij mijnheer Kötz zelf tot stand was gekomen. Dat beleid moest volgens hem aan de nieuwe gemeente Oldambt worden opgelegd. Wat het beleid inhield wist hij niet te vertellen. We hebben hem er ook nooit meer over gehoord. Dat is niet verwonderlijk. De heer Kötz heeft de gewoonte als een vurige straatpredikant door het centrum van Winschoten te gaan. In de Langestraat preekt hij met het schuim op de mond voor de komst van een cultuurhuis. In 't Rond aangekomen verkondigt hij dat datzelfde cultuurhuis niets dan hel en verdoemenis zal brengen. De fractievoorzitter van GroenLinks op een zaterdag in Winschoten, het is inmiddels een ware attractie geworden. En we kunnen het u aanraden. Doe boodschappen in Winschoten, drink een kopje koffie en ga dan even naar Karel Kötz luisteren. Zo komt u de dag prettig door. Politiek gezien heeft het wispelturige gedoe van de fractievoorzitter van GroenLinks natuurlijk niks om het lijf. De insteek van D66 is serieus. Natuurlijk moet een gemeente samenhang van beleid nastreven. Maar op de politieke uitgangspunten van D66 is het nodige af te dingen. "Werk is het beste middel om armoede te bestrijden", zegt D66. Is dat zo? Heeft D66 geen weet van al die kleine zelfstandigen die zich 24 uur per dag en 7 dagen in de week uit de naad werken en toch niet eens behoorlijk te eten hebben? Is het D66 niet bekend dat er in toenemende mate mensen voor een bedrag gelijk aan hun uitkering aan het werk worden gezet? Blijkbaar niet. Maar het gebeurt wel degelijk, ook in de gemeente Oldambt. In de VS is het al zo ver dat mensen met maar liefst drie betaalde banen nog niet eens genoeg verdienen om een normaal huis te kunnen huren. Om te wonen zijn ze aangewezen op caravans en auto's. |
In Nederland gaat het ook die kant op. Van het liberale D66 kunnen we natuurlijk niet verwachten dat ze inzien dat het huidige kapitalistische stelsel voor de meeste mensen per definitie tot armoede leidt. Maar ook de andere zogenaamde linkse partijen horen we er niet over. Als puntje bij paaltje komt, omhelzen ze het kapitalisme. Ze zijn stekeblind voor de gevolgen. Dat getuigt van politieke armoede! D66 komt in haar kritiek op de armoedenota met een hartstochtelijke kreet: "Deelnemen moet". Op het eerste gezicht is het vreemd dat liberalen de mensen voorschrijven dat ze iets moeten. Zeker omdat dit moeten betrekking heeft op een persoonlijke instelling of mening. Liberalen vinden toch dat mensen daar vrij in zijn? Maar wie zich in de kritiek van Marx en Engels op het liberalisme heeft verdiept, zal weten dat dit liberalisme in de kern uiterst dwingend is. Wie niet mee wil doen met de kapitalistische waanzin die vandaag de dag heerst, moet daar toe gedwongen worden. D66 brengt dat duidelijk tot uitdrukking. In dit verband deed zich onlangs een opmerkelijke gebeurtenis voor. Enkele cliënten van de lokale voedselbank meldden zich bij de VCP met klachten. De VCP ging daarmee aan het werk. Over de inhoud van die klachten en de reactie van de VCP daarop verwijzen we naar enkele brieven. De cliënten beperkten zich echter niet tot het uiten van klachten. Ze wezen verdere voedselverstrekking door de voedselbank af. Ze zouden zelf wel naar een oplossing zoeken. Met andere woorden, in de terminologie van D66 weigeren ze "mee te doen". En dan wordt opeens duidelijk hoe de zaken er voor staan. Alle politieke partijen vielen als een troep verscheurende roofdieren over deze ex-voedselbankcliënten en de VCP heen. Arme mensen, daar willen de politici graag over praten. Daar willen ze nota's over schrijven en lezen. Desnoods gaan ze een middagje langs bij de voedselbank om met een smoel van 'kijk mij eens goed doen' voedselpakketten uit te delen. Maar als mensen die in armoede leven rechtop gaan staan en gerechtvaardigde eisen stellen, dan is het uit met de pret. Dan breekt het angstzweet uit bij alle burgerlijke partijen en sluiten ze zich aaneen om die mensen terug op hun knieën te krijgen. De VCP moet op het onderwerp armoedebestrijding niks van die andere partijen hebben. De VCP zal er alles aan doen om arme mensen te mobiliseren en te steunen in hun strijd voor een beter bestaan. En dat wordt niet bereikt met nota's. Er was eens een PvdA-wethouder in Amsterdam, van huis uit communist, die bij de bespreking van nota's over de woningnood uitriep: "In gelul kun je niet wonen!" Zo is het ook met armoedebestrijding. Klets niet over armoede, maar doe er iets aan. Het is toch treurig dat zo'n ChristenUnie niet veel meer in te brengen heeft dan het voorstel om de kerken bij de armoedebestrijding te betrekken. Het college zou dat dan voor elkaar moeten krijgen. Maar waarom doen ze dat zelf niet? Ze zitten iedere zondag toch twee of drie keer in die kerk? De VCP stemt in de
gemeenteraad nooit voor voorstellen waarmee de armen armer worden en de
rijken rijker. Wanneer wethouder Brader van de Salon
Partij op listige wijze een bezuiniging op
de langdurigheidstoeslag wil doorvoeren, brengt de VCP dat aan het licht
en verhindert de wethouder zijn plannen door te voeren. Maar bij armoedebestrijding
komt het maar zeer gedeeltelijk op raadswerk aan. Het advieswerk van de
VCP is net zo belangrijk. Alle mooie praatjes ten spijt wil het college
in Oldambt niets liever dan uitkeringsgerechtigden ook individueel hun
rechten ontzeggen. De VCP komt voor hen op, zonodig met juridische procedures.
En als er actie gevoerd moet worden, geeft de VCP alle mogelijke steun.
Zo hebben we jongeren die voor hun uitkering werden gedwongen te werken
geholpen hun positie drastisch te verbeteren. |