Aan
de Stichting Azzur en de Stichting Voedselbank Oldambt
Winschoten,
9 juli 2011
Geachte
dames/heren,
Naar
aanleiding van een door onze fractie aan de gemeenteraad en het
college van de gemeente Oldambt gestuurde brief
heeft er op 23 juni jl. een gesprek plaatsgevonden tussen een afvaardiging
van uw stichtingen en enkele leden van de VCP. Tijdens een ledenvergadering
is dit gesprek geëvalueerd. We willen u de uitkomsten van deze
evaluatie mededelen.
Allereerst
is het van belang te constateren dat er flinke emoties spelen. Veel
VCP'ers zijn verontwaardigd en kwaad. Maar dat geldt ook voor medewerkers
van uw stichtingen. Het heeft geen zin het bestaan van deze emoties
te ontkennen. Dat doen we dan ook niet. Door wederzijdse kwaadheid
en verontwaardiging te benoemen, kunnen we in gesprek blijven. Zoals
afgesproken gaan we na de vakantie weer om de tafel.
Het
is echter ook van belang onze geschilpunten te concretiseren. Voor
een belangrijk deel kwamen deze geschilpunten op 23 juni jl. al
aan de orde. Ze zijn echter niet uitgewerkt.
Wat
ons betreft komt het op de volgende onderwerpen neer.
Informatieverzameling
en informatieopslag
De
VCP is van mening dat u teveel informatie vraagt en opslaat. Er
zijn cliënten die zich daardoor in hun privacy voelen aangetast.
Het ontbreekt ons overigens aan het inzicht welke informatie u exact
nodig heeft. Wel weten we dat er landelijke richtlijnen zijn voor
het handelen van voedselbanken. Wellicht dat we aan de hand van
die richtlijnen dit probleem kunnen oplossen.
Het
viel ons tijdens uw rondleiding overigens op dat de cliënteninformatie
die u in kasten opslaat voor iedere bezoeker te bereiken is.
Huisbezoeken
U legt
huisbezoeken af bij uw cliënten. U stelt dat uw cliënten
daar blij mee zijn. De VCP gaat er van uit dat veel mensen inderdaad
geen enkele moeite met zo'n huisbezoek zullen hebben. Er zullen
zelfs mensen zijn die u graag thuis ontvangen. We weten maar al
te goed dat mensen zich erg eenzaam kunnen voelen. Ieder menselijk
contact is dan welkom.
De
VCP komt ook wel bij de mensen aan huis. We hebben daarbij de ervaring
dat één blik in een huiskamer meer zegt dan urenlange
gesprekken. Echter, we komen alleen op uitnodiging. We stellen hulpverlening
ook niet afhankelijk van de uitkomsten van een huisbezoek. Daar
komt nog bij dat er ook mensen zijn die nooit een ander in huis
willen toelaten. Men kan zich de vraag stellen of zij zichzelf daarmee
een dienst bewijzen, maar we hebben zo'n opstelling maar te respecteren.
(Indien iemand een gevaar voor zichzelf of zijn/haar omgeving vormt,
ontstaat er een situatie waarin privacy ondergeschikt raakt. Maar
deze problematiek valt buiten het werkterrein van de VCP en Azzur.)
De
VCP vraagt zich af of al uw huisbezoeken wel nodig zijn en op prijs
worden gesteld. De VCP wijst de sanctie die u stelt op het niet
toelaten van huisbezoek, geen voedselverstrekking, zonder meer af.
De
tijdslimiet
U stelt
een tijdslimiet aan het bieden van hulp door de voedselbank. Uw
uitgangspunt is dat de cliënten na drie jaar zonder uw hulp
verder kunnen. De VCP heeft daar de volgende casus tegenovergesteld.
Een oudere medewerker van ons adviesbureau begeleidt al meer dan
dertig jaar een gezin bij het op orde houden van de financiën.
De kinderen uit dit gezin worden ook door hem begeleid. En nu dienen
de kleinkinderen zich aan. Met andere woorden: er zijn mensen die
wel nooit zullen leren geheel op eigen benen te staan en die ook
niet in staat zijn dit aan hun kinderen te leren. U gaf aan ook
wel mensen te kennen die in dit soort situaties verkeren. Voor die
mensen maakt u dan een uitzondering.
Tijdens
het gesprek bleef dit onderwerp een beetje hangen. Volgens ons zou
de categorie waarvoor uw uitzondering zou gelden wel eens zo groot
kunnen zijn, dat er geen sprake meer is van een uitzonderlijke categorie.
Het
uitgangspunt dat er problemen zijn die niet met een kortdurend methodisch
stappenplan zijn op te lossen, is tegenwoordig niet erg populair.
Maar die problemen zijn er wel degelijk. Moderne hulpverleners zijn
helaas weinig vertrouwd met begrippen als "geduld" en
"berusting". Volgens de VCP zouden deze begrippen echter
tot het "basisgereedschap" van ieder hulpverlener moeten
behoren.
We
willen doorpraten over de wijze waarop u de tijdslimiet bij het
bieden van hulp hanteert.
Ongewenst
gedrag
We
hebben het (te) kort gehad over ongewenst gedrag van cliënten.
Van onze kant hebben wij aangestipt dat aangaande dit onderwerp
het nodige is veranderd in de afgelopen decennia. Wanneer in de
70e jaren een hulpverlener een klap kreeg van een cliënt, werd
daarna in het team de vraag besproken: "Wat heb je verkeerd
gedaan zodat je die klap kreeg?" Tegenwoordig belt men in dit
soort omstandigheden onmiddellijk de politie. Het is een uiting
van de verschuiving die de laatste tijd is opgetreden in het denken
over strafrecht: van ultimum remedium naar panacee. De VCP ziet
niets in die verschuiving.
Gedrag
dient altijd in een context te worden geplaatst. Wat ons betreft
stellen we dan een aantal dwingende vragen. "Wat is in welke
context ongewenst gedrag bij de voedselbank?" "Moeten
er sancties volgen op ongewenst gedrag?" "Zo ja, welke
sancties zijn dat dan?" "Is het stoppen van de voedselverstrekking
een aanvaardbare sanctie?"
U gaf
in een voorbeeld te kennen dat u een cliënt die zich stomdronken
aandiende en vervelend werd naar buiten dirigeerde. We hebben daar
geen moeite mee, mits deze cliënt zijn voedselpakket mee krijgt.
Drempels
Verbandhoudend
met al hetgeen hiervoor geschreven is stelden wij opgeworpen drempels
aan de orde. Het komt ons, op grond van betrouwbare informatie,
voor dat de stichting Azzur en de voedselbank te hoge drempels opwerpen.
In ieder geval wordt dit door een aantal cliënten zo ervaren.
We hebben aangegeven dat officiële hulpverlenende instanties
inmiddels zo'n hoge drempels kennen dat mensen die het hard nodig
hebben geen gebruik meer maken van hun diensten. We zien op dit
terrein zeer ongewenste ontwikkelingen. Zie bijvoorbeeld het regeringsvoornemen
om een hoge eigen bijdrage te vragen in de psychische hulpverlening.
De achtergrond hiervan is dat de huidige regering ook niet wil dat
mensen gebruik maken van hulpverlenende instanties. Men wil hierop
bezuinigen.
Het
gevolg zal zijn dat mensen in steeds grotere mate aangewezen zullen
zijn op het particulier initiatief, dat dan al dan niet op politieke
of godsdienstige grondslag werkzaam is. Het is een afglijden naar
19e eeuwse wantoestanden. Maar het is wel realiteit.
In
dit verband vinden wij het ongewenst dat mensen die een beroep doen
op dit particulier initiatief ook weer met onterechte drempels te
maken krijgen. We zien tevens in dat we daar in zijn algemeenheid
weinig aan kunnen doen. Het is nu net de kern van het probleem.
Particulier initiatief kan zijn eigen regels stellen. In deze specifieke
situatie met uw voedselbank kunnen we misschien wel positieve invloed
uitoefenen.
Tot
zo ver was het concept van deze brief gevorderd toen u insprak tijdens
een raadscommissievergadering. We hebben u afgeraden gebruik te
maken van uw inspreekrecht omdat u daarmee terecht komt in een politiek
wespennest. Wellicht denkt u nu door de Oldambtster politiek gesteund
te worden, maar ter informatie het volgende.
Naar
aanleiding van onze eerste brief stelde de fractie van de VVD kritische
vragen over de subsidieverstrekking aan uw stichtingen. De VVD is
groot voorstander van het destructieve beleid dat hiervoor al aan
de orde kwam. Uw subsidierelatie met de gemeente is bij die partij
niet in vertrouwde handen. Dat geldt ook voor de SP. Onmiddellijk
na het versturen van onze eerste brief ontvingen we een e-mailtje
van de fractievoorzitter van de SP waarin ronduit stelling wordt
genomen tegen uw stichtingen. "Voedselbanken vragen de mensen
het hemd van hun lijf om in aanmerking te komen voor voedselverstrekking",
zo staat er te lezen. De SP was indertijd tegenstander van subsidieverstrekking.
In de raadscommissievergadering werden wij door diezelfde SP aangevallen
en werden uw stichtingen gesteund. Er is wel een lijn te ontdekken
in deze SP-warboel. En die lijn bestaat er uit dat de SP hoe dan
ook de VCP wil bekladden. Het onderwerp, in dit geval voedselhulp,
doet helemaal niet ter zake.
In
dit verband moeten we toch ook wijzen op een brief die het college
van burgemeester en wethouders op 20 juni jl. aan de raad stuurde.
Uw subsidieverzoek over het jaar 2010 is nog niet definitief goedgekeurd
omdat u niet alle noodzakelijke gegevens aan de gemeente heeft verstrekt.
Het gevaar bestaat dat u de reeds verstrekte subsidie zult moeten
terug betalen. U begrijpt dat dit uw subsidierelatie met de gemeente
geen goed doet. De partijen die u tijdens de afgelopen raadscommissievergadering
zo opzichtig steunden, zullen de eerste zijn die dit als argument
aangrijpen om uw stichtingen geen subsidie meer te verstrekken.
Het is ook niet voor niks dat het college dit nu in de openbaarheid
brengt.
Indien
u vertrouwen stelt in deze gemeenteraad zult u bedrogen uitkomen.
Vandaag praten ze u naar de mond, morgen boren ze u de grond in.
Daar komt bij dat veel raadsleden slechts in staat zijn om in de
meest simpele causale verbanden te denken. Zodra een onderwerp enigszins
complex wordt, weten ze zich er geen raad mee. Neem alleen maar
het onderwerp privacy. Uit de bijdragen van de meeste commissieleden
blijkt dat ze niet eens beseffen om welke privacy het gaat. Kan
een stichting die gemeentelijke subsidie ontvangt zich op privacy
beroepen als het om stichtingsaangelegenheden gaat? Nee! Kan er
een beroep op privacy worden gedaan wanneer persoonlijke aangelegenheden
van inwoners van de gemeente in de openbaarheid dreigen te komen?
Ja!
Het
is eigenlijk te zot voor woorden dat leden van deze gemeenteraad
er niet voor terugdeinzen inwoners van de gemeente, waar men geen
enkele achtergrondinformatie over heeft, publiekelijk aan de schandpaal
te nagelen terwijl men het verstrengelen van de zakelijke belangen
van een gemeenteraadslid met zijn publieke taak in beslotenheid
wil bespreken. Maar zo is het wel gesteld in Oldambt. Een uitkeringsgerechtigde
die een druppeltje naast de pot pist, wordt bedolven onder boeten
en maatregelen. Maar als je fractievoorzitter van het CDA bent,
kun je je gang gaan en graaien.
De
VCP houdt zich aan het mandaat dat haar gegeven is door enkele mensen
die kritiek hebben op de gang van zaken bij de voedselbank. En ook
al gaat de rest van de raad op zijn kop staan, we praten niet over
iets dat buiten dat mandaat valt.
In
de brief die u op 25 juni jl. naar de raad en het college stuurde,
blijkt dat u de VCP als een bestuursorgaan beschouwt dat bij het
nemen van besluiten gehouden is aan de algemene beginselen van behoorlijk
bestuur zoals gecodificeerd in de Algemene wet bestuursrecht. De
VCP is echter een politieke partij. En politieke partijen zijn geen
bestuursorganen die besluiten nemen in de zin van de Algemene wet
bestuursrecht. De VCP is verder een activistische politieke partij.
We komen op voor onze achterban, ook, wanneer dat nodig is, tegen
uw stichtingen. Vandaar onze werkwijze. We zien geen enkele reden
daarvan af te wijken.
Tijdens
het inspreken haalde u een voorbeeld aan van een mevrouw die naar
aanleiding van onze actie geen hulp meer wil van uw stichtingen.
U sprak daar uw teleurstelling over uit. Ontgaat het u dat dit voorval
laat zien dat er wel degelijk iets aan de hand is? Wanneer u van
mening bent dat deze mevrouw voedselhulp behoeft terwijl ze u niet
binnen laat, wat let u dan om een voedselpakket voor haar deur neer
te zetten? De conclusie kan geen andere zijn dan dat u meer wil
dan alleen maar voedsel verstrekken terwijl uw cliënt niet
gediend is van dat "meer". En daarmee zijn we bij de kern
van de zaak.
Tot
slot willen we ingaan op wat we tot nu toe bereikt hebben. Ondanks
harde taal zijn en blijven we in gesprek. We zijn geen GroenLinks
die voor veel minder een organisatie van 1600 leden de deur in het
gezicht gooit. Verder hebben we uit de brief van het college aan
de raad van 20 juni jl. begrepen dat er een protocol in de maak
is dat ziet op de samenwerking van uw stichtingen met andere instanties
en het delen van cliënt gerelateerde informatie tussen die
instanties. Uiteraard is dat protocol er nog niet en wellicht zullen
we er kritiek op hebben, maar op zich zien we het als een grote
stap vooruit.
Zoals
afgesproken nemen we na de vakantie contact op voor een vervolggesprek.
Hoogachtend,
Namens
de fractie

E. Modderman
In
afschrift aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en
wethouders